Jakob vlucht voor zijn broer Ezau. ‘s Nachts heeft hij een droom (Genesis 28). Hij ziet Engelen op een ladder naar boven gaan en nederdalen. Hij beschrijft de plaats als ontzagwekkend . Het is daar waar hij God ontmoet. Jakob noemt de plaats Betel; ‘huis van God’. In het schilderij heb ik de ladder weergegeven in de vorm van een brandende boekrol, het Woord, als een heilige weg tussen hemel en aarde, tussen God en de mensen. De tekst op de rol komt uit Spreuken, waarin eveneens sprake is van engelen die opstijgen en nederdalen.

Ik was dommer dan ooit een man was en menselijk inzicht heb ik niet; ik heb geen wijsheid geleerd maar ik ken de wetenschap van de Hoogheilige. Wie is ten hemel opgestegen en weer neergedaald? Wie heeft de wind in zijn handen genomen? Wie heeft het water in zijn kleed gebonden? Wie heeft de grenzen van de aarde vastgesteld? Hoe luidt zijn naam? Hoe luidt de naam van zijn zoon, weet jij het? Spreuken 30:2-4 (WV95)

 

 


   
    Jakobs droom

   2002
   Olieverf op doek
   110 x 90 cm