Het Hebreewse woord voor ‘verhevenheid’, kavod, betekent letterlijk ‘zwaarte’. De kavod daalt alleen neer op wat heilig is (kadosj) en volgens Gods ontwerp is gemaakt. Zij brengt ons op ons aangezicht; Hij is de Schepper en wij zijn de schepselen. Het vierkant symboliseert het nieuwe Jeruzalem; twaalf poorten en twaalf fundamenten die uit de hemel naar beneden dalen (Openbaring 21-22).

Terwijl de priesters het Heilige der heiligen verlieten, vulde de wolk het huis van de HEER, zodat ze vanwege die wolk daar hun dienst niet konden verrichten, want de verhevenheid van de HEER vervulde het huis van de HEER. I Koningen 8:10-11 (WV95)

 

 


   
    Kadosj

   2005
   Olieverf op doek
   160 x 120 cm