Koffertjes die open vliegen; ze zijn als de ziel van de mens die terugkeert naar zijn Schepper. Ze vliegen dwars door het verbond van Abraham heen (Genesis 15); een eeuwig verbond dat niet verbroken kan worden omdat de HEER het verzegeld heeft. Ze zien het volk dat door de woestijn trekt, het verbond van de Sinai, en de Gouden Poort met de Messias, die spreken van een nieuw verbond. Vroeg of laat zal iedereen verantwoording moeten afleggen.
De dag zal komen – spreekt de HEER – dat ik met het volk van Israël en het volk van Juda een nieuw verbond sluit, een ander verbond dan ik met hun voorouders sloot toen ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte weg te leiden. Zij hebben dat verbond verbroken, hoewel ze mij toebehoorden – spreekt de HEER. Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met Israël zal sluiten – spreekt de HEER: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk. Jeremia 31:31-33 (NBV)
2007
Olieverf op doek
110 x 140 cm